Tweede graad

KEUZEMOGELIJKHEDEN IN DE TWEEDE GRAAD ASO

De vijf studierichtingen van het aso hebben een groot gemeenschappelijk lessenpakket. Het specifieke gedeelte (4 of 5 lesuren) wordt gevormd door één vak (economie, Latijn), twee vakken (Grieks en Latijn, gedragswetenschappen en cultuurwetenschappen) of een uitbreiding van verschillende vakken (de exacte wetenschappen). Daarnaast bestaat bij vier studierichtingen een keuzemogelijkheid tussen 4 of 5 uur wiskunde.

  • Economie: (kan gevolgd worden met 4 of 5 uur wiskunde)

Het vak economie (4 uur) gaat na wat ondernemen is. Hoe werkt een onderneming? Hoe evolueert de arbeidsmarkt? Er wordt stilgestaan bij de balans en de resultatenrekening. Kleine en grote ondernemingen worden vergeleken. Wat is de rol van de overheid? Hoe situeren ondernemingen zich in een internationale context? Hoe evolueren economische groei en welvaart?

  • Grieks-Latijn: (kan gevolgd worden met 4 of 5 uur wiskunde)

Het vak Grieks (4 uur) besteedt aanvankelijk veel aandacht aan de studie van woordenschat en grammatica, maar die verschuift stilaan naar de lectuur van klassieke auteurs zoals Homerus en Herodotus.

Het vak Latijn (4 uur) vergroot de taalkennis door de studie van woordenschat en grammatica (bv. samengestelde zinnen) met als doel de lectuur van klassieke auteurs zoals Caesar en Ovidius. Dit leidt tot taal-, lectuur-en cultuurreflectie.

  • Humane wetenschappen: (kan gevolgd worden met 4 of 5 uur wiskunde)

Het vak gedragswetenschappen (3 uur) bestudeert het individuele gedrag van de mens (van kind over puber en adolescent tot volwassene) en plaatst dit in de samenleving (via ouders, school, media). Er is aandacht voor samenlevingsproblemen (o.a. armoede, jeugdcriminaliteit, vandalisme, agressie, racisme) en cultuurverschillen.

Het vak cultuurwetenschappen (2 uur) staat stil bij het begrip ‘cultuur’ en bij waarden en normen. De rol van taal en kunst wordt belicht. De werking van justitie, sociale zekerheid, politiek en onderwijs komen aan bod, alsook de organisatie van de massamedia.

  • Latijn: (kan gevolgd worden met 4 of 5 uur wiskunde)

Het vak Latijn (5 uur) vergroot de taalkennis door de studie van woordenschat en grammatica (bv. samengestelde zinnen) met als doel de lectuur van klassieke auteurs zoals Caesar en Ovidius. Dit leidt tot taal-, lectuur-en cultuurreflectie.

  • Wetenschappen: (enkel met 5 uur wiskunde)

In deze studierichting worden de exacte wetenschappen aardrijkskunde, biologie, chemie en fysica uitgebreid met één lesuur. De verschillende onderwerpen kunnen hierdoor theoretisch uitgediept worden. De leerlingen krijgen – meer dan in de andere studierichtingen – de mogelijkheid hun kennis toe te passen door proeven in het labo.

De studierichtingen van de tweede graad aso bereiden voor op de derde graad aso; overstappen naar een tso-studie-richting is mogelijk, maar zal meestal bijwerking vereisen voor specifieke vakken.

De in de tweede graad gekozen studierichting is in sommige gevallen bepalend voor de keuzemogelijkheden in de derde graad. De keuze voor Latijn (en Grieks) is vereist voor wie in de derde graad opteert voor deze klassieke talen. Ook het onderscheid tussen 4 en 5 uur wiskunde is belangrijk. De 5-uurscursus is vereist voor wie in de derde graad kiest voor  een studierichting met 6 of 8 uur wiskunde.

 

KEUZEMOGELIJKHEDEN IN DE TWEEDE GRAAD TSO

Handel en Handel-Talen hebben dezelfde vakken, maar leggen duidelijk andere accenten.

Handel-Talen heeft een zeer uitgebreid pakket talen (15 uur). In het vak informatica (3 uur) leren de leerlingen werken met de Office toepassingen Word, Excel en Access. Via projecten gekoppeld aan het vak bedrijfseconomie wordt deze leerstof extra ingeoefend. Ook voor multimedia is er aandacht in de lessen informatica. Het vak bedrijfseconomie (3 uur) bekijkt de documentenstroom in een handelsonderneming (manueel en computergestuurd) en leert de basis van dubbel boekhouden aan.

Handel heeft eveneens een stevig pakket talen (10 uur).

Daarnaast ligt de nadruk op bedrijfseconomie (6 uur). Er wordt kennis gemaakt met de verschillende afdelingen van een handelsonderneming. De documentenstroom in een handelsonderneming wordt bestudeerd (en met een software-pakket in praktijk omgezet) en de leerlingen krijgen een doorgedreven kennis van dubbel boekhouden. Er wordt ook aandacht besteed aan duurzaam ondernemen. Dit leidt in het vierde jaar tot het opstarten van een eigen JIEHA-onderneming in samenwerking met Vlajo.

In het vak informatica (4 uur) wordt intensief gewerkt met alle Office-pakketten, wat leidt tot een grote vaardigheid in het gebruik van Word, Excel, Access en multimedia. Via projecten wordt dit volledig geïntegreerd binnen de werking van het spilbedrijf bij het vak bedrijfseconomie. Een inleiding tot programmeren wordt gegeven door middel van algoritmen. Ook wordt er aandacht besteed aan het onderhouden van de klaviervaardigheid.

De tweede graad Handel-Talen bereidt voor op de studierichting Secretariaat-Talen in de derde graad tso; een overstap naar een andere studierichting (bv. Handel) zal enkel kunnen mits grondige bijwerking.

Na de tweede graad Handel blijven in de derde graad de verschillende tso-studierichtingen mogelijk: Boekhouden-Informatica, Informaticabeheer, Handel en Secretariaat-Talen.

VAKLOKALEN

In de tweede en derde graad hebben de leerlingen geen ‘thuislokaal’ waar ze de meeste uren doorbrengen. Voor elk vak gaan de leerlingen naar een vaklokaal dat beschikt over een aangepaste infrastructuur. De leerlingen kunnen zo niet alleen op de meest aangepaste wijze les krijgen, zij zitten ook in een aangenaam kader dat onmiddellijk verband houdt met het vak.

1819